Nederweert Logo JAN Nederweert

Vragen over geurbeleid bestaande veehouderijen

Aan: Het College van B&W van de gemeente Nederweert

 

Betreft: Vragen volgens artikel  41 van het Reglement van Orde inzake geurbeleid veehouderij

 

Geacht College,

 

Op 3 april 2018 heeft staatssecretaris van Veldhoven bekendgemaakt dat combi-luchtwassers voor geurverwijdering in stallen veel slechter blijken te werken dan tot nu toe werd aangenomen. Onderzoekers concluderen dat de gecombineerde luchtwasser veelal maar voor de helft functioneren. De op papier meegenomen geurreductie van 82 procent bij toetsing van vergunningen blijkt in de praktijk maar op een percentage van hoogstens 40 procent te liggen. Ook in de uitstoot van ammoniak stellen deze luchtwassers teleur. Wordt op papier uitgegaan van een teruggang van 85% ammoniak, blijkt dit in de praktijk maar een percentage te zijn van 59%. Deze ammoniak is ook van invloed op de secundaire fijnstof.

Als gevolg van het onderzoek worden de normen die nu bij vergunningverlening worden gehanteerd aangescherpt voor veehouderijen die willen bouwen of uitbreiden. Echter, voor bestaande bedrijven hebben deze strengere regels geen gevolgen voor de reeds vergunde of het toegestane aantal dieren.  We kunnen dus stellen dat hierdoor omwonenden meer in de stank zitten dan volgens de verleende vergunning zou mogen.

De fractie JAN is van mening dat de geurhinder in Nederweert moet afnemen en heeft hierover de volgende vragen:

  1. Hoeveel bedrijven hebben in Nederweert een vergunning met een gecombineerde luchtwasser?
  2. Heeft uw College berekeningen gemaakt van de nieuwe uitstoot van deze bedrijven en kan zij aangeven wat de gevolgen zijn op het gebied van geurhinder?
  3. Bent u door deze ontwikkelingen bereid om op korte termijn de bestaande geurvisie hierop aan te passen of een nieuwe geurvisie op te stellen en hierin de nieuwe gegevens te verwerken?
  4. Hoe gaat uw College anticiperen op het slecht functioneren van deze luchtwassers en welke maatregelen worden genomen om overlast te verminderen?
  5. Wat zijn de gevolgen van deze slechte werking van combi-luchtwassers voor inwoners en ondernemers van veehouderijen?
  6. Op welke wijze heeft (of gaat) u inwoners en ondernemers informeren over dit probleem?
  7. Op welke wijze participeert u met de commissie geurhinder veehouderij die na bekendmaking van de gebreken aan de luchtwassers door de staatssecretaris is geïnstalleerd? (Graag specificeren)
  8. Bij het vergunnen van mestverwerkingsinstallaties wordt uitgegaan van beperken van geurhinder en voorkomen van nieuwe geurhinder. Kunt u aangeven hoe dit wordt getoetst en hoe wordt bepaald dat het geurhinderniveau acceptabel is?
  9. Afgelopen zomerperiode hebben we als fractie veel inwoners gesproken die klaagden over geuroverlast. Heeft de gemeente ook klachten ontvangen en hoe wordt gereageerd op dergelijke klachten m.b.t. geuroverlast?

Met vriendelijke groet,

De fractie JAN

Marcel Vossen, Carin Sieben , Peter van Lierop, Pascalle de Rooij en Kevin Bax

Het College heeft onze vragen inmiddels beantwoord. Je leest de antwoorden hier.

Publicatiedatum: 07 oktober 2018

>